wpa1d6b5e0.png
wpe912e197.png wp041ce5e2.png wp94f9331f.png wp1894f61b.png wpb49e4326.png

BoekMeester © 2009/2018. Alle rechten voorbehouden.

wp06141f52.png Mail: info@boekmeester.nl

Ontworpen door/voor BoekMeester.

wp26806427.png van boekhouder naar wp53314443.png wp517669ab.png wpe29b8724.png Horizontaal Toezicht in het kleinbedrijf: Fiscaal Dienstverlener, stop er mee. Hiermee krijgt u een pdf bestand van deze pagina wat gemakkelijker en netter print. Delen via e-mail Delen via Facebook delen via twitter delen via LinkedIn


Al weer ruim anderhalf jaar geleden heb ik mijn scriptie “Horizontaal Toezicht in het microbedrijf. Is er toekomst?” (zie www.boekmeester.nl/scriptie.html) verdedigd.

Er is sindsdien in regelgeving en uitvoering feitelijk niets veranderd. Mijn conclusie was dat als er niets zou veranderen Horizontaal Toezicht in het Kleinbedrijf een stille dood zou sterven (pagina 41 bovenaan).

Kort geleden werd mijn aandacht getrokken door het proefschrift “De formeelrechtelijke aspecten van horizontaal toezicht in belastingzaken” waarmee Mr. Dr. M(argot).E. Oenema aan de Erasmus Universiteit Rotterdam dit jaar is gepromoveerd (in boekvorm uitgegeven bij Kluwer: nummer 143 serie Fiscale Monografieën).

In mijn scriptie gaf ik een zevental aanbevelingen, waarvan uiteindelijk een vijftal vooral een formeelrechtelijke achtergrond hebben, welke overeenkomen met haar conclusies en aanbevelingen, al zijn ze bij haar meer verdiept uitgelegd.

Ze komt daarnaast met een duidelijke aanbeveling voor de Belastingdienst. De inspecteur heeft op twee cruciale punten (pagina 337) eigen beslisruimte. Deze punten zijn het boetebeleid en de intensiteit en aard van het toezicht, welke door aanpassing van de Leidraden en Controle Aanpak Belastingdienst geconcretiseerd kan worden. Voor alle duidelijkheid: dit betekent niet een aanpassing van wetgeving in (vooral) de AWR en AWB. Ze acht een normatief kader voor het TCF (Tax Control Framework) noodzakelijk en annex daaraan het stelsel van kwaliteitsborging bij de fiscaal dienstverlener. Dit stelsel van kwaliteitsborging zou afhankelijk van de kwaliteit van de fiscaal dienstverlener (hier verschillen we van mening: ik dacht eerder aan de omvang van de klant.) dan in verschillende categorieën kunnen worden onderverdeeld, wat de Belastingdienst een handvat zou geven voor de mate van vertrouwen in de gedane aangifte.

Echter, ze constateert ook dat de fiscaal dienstverlener in de AWR niet wordt erkend. De AWR gaat uitsluitend uit van de belastingplichtige en zijn verplichtingen en zo komt ze tot de conclusie dat feitelijk een convenant met de fiscaal dienstverlener beter niet gesloten kan worden. Naar haar mening zou dit niet betekenen dat er geen stelsel van kwaliteitsborging bij de fiscaal dienstverlener mag zijn, maar deze zou voor alle klanten moeten gelden, dus ook zonder Horizontaal Toezicht. Mevrouw Oenema stelt dan ook op pagina 335 dat de convenanten met de fiscaal dienstverlener wel kunnen vervallen.

Omdat mevrouw Oenema ook meent, samen overigens met de commissie HT in hun rapport “Fiscaal op maat” (2012), dat een fiscaal dienstverlener niet objectief kan zijn vanwege de driehoeksverhouding, Belastingdienst, klant en zichzelf, legt ze nog meer een bom onder het convenant met diezelfde fiscaal dienstverleners.

Ik geef toe dat de fiscaal dienstverlener niet in een gemakkelijke positie zit, maar een dergelijk convenant lijkt me vanuit de Belastingdienst bekeken toch verre te prefereren boven een convenant waarbij de “slager zijn eigen vlees mag keuren”, zoals bij een TCF feitelijk gebeurt.

Er is echter een groter gevaar voor de fiscaal dienstverlener, wat overigens mevrouw Oenema ook onderkent (onder meer pagina 329/330) en dan hebben we het over civielrechtelijke aansprakelijkheid en mogelijke beboeting als medepleger van de fiscaal dienstverlener.

Ik doe als goed bedoelende fiscaal dienstverlener mee aan Horizontaal Toezicht, maar de overheid (of de klant) moet ons niet vanwege die deelname extra (kunnen) straffen. Dat lijkt wel zo te zijn. Help..


Tiede Boersma, november 2014